Toepassingsregels voor Firewall instellen in Avast Antivirus

Firewall is onderdeel van Avast Premium Security and Avast Omni. Telkens wanneer een toepassing of proces voor het eerst wordt gestart, worden er regels ingesteld... Deze regels bepalen hoe Firewall zich tegenover toepassingen en processen gedraagt wanneer verbinding wordt gemaakt met internet of met een ander netwerk. Hoewel gevorderde gebruikers deze regels kunnen beheren of nieuwe regels kunnen instellen, is het raadzaam de Toepassingsregels alleen te wijzigen als dat echt nodig is. In de meeste gevallen worden in Firewall optimale regels ingesteld zonder dat uw inbreng daarbij vereist is.

Een nieuwe toepassingsregel maken

Na installatie van Avast Premium Security of Avast Omni worden er automatisch standaardregels gemaakt voor toepassingen uit bekende en vertrouwde bronnen wanneer u de toepassing in kwestie start. De toepassingsregels worden gerangschikt in vooraf gedefinieerde groepen, overeenkomstig de leverancier van de toepassing. U voegt als volgt een toepassing toe aan een bestaande groep:

  1. Open de gebruikersinterface van Avast en ga naar BeschermingFirewall.
  2. Klik op de knop Toepassingsinstellingen onder aan het scherm.
  3. Klik op Nieuwe toepassingsregel en selecteer een groep (leverancier).
  4. Zoek en selecteer het uitvoerbare bestand van de toepassing die u wilt toevoegen.
  5. Klik op de groepsnaam en geef met de oranje balken het toegangsniveau aan dat u wilt toestaan.

Als u een nieuwe groep wilt maken, klikt u op Nieuwe groep en geeft u een naam op voor de groep.

Toegangsbeperkingen instellen

U kunt voor elke toepassing of elk proces toegestane verbindingen instellen om aan te geven hoe strikt Firewall de inkomende en uitgaande communicatie moet bewaken.

Klik op een groep (of leverancier) in de kolom Toepassing en stel met de oranje balken in de kolom Toegestane verbindingen het toegangsniveau in voor de toepassing in kwestie:

  • Eén balk (Vertrouwd uitgaand verkeer): alleen uitgaande netwerkverbindingen met vertrouwde adressen.
  • Twee balken (Vertrouwd uitgaand en inkomend verkeer): inkomende en uitgaande netwerkverbindingen met vertrouwde adressen.
  • Drie balken (Uitgaand internetverkeer): alle uitgaande internetverbindingen.
  • Vier balken (Vertrouwd inkomend en uitgaand internetverkeer): alleen inkomende netwerkverbindingen met vertrouwde adressen en alle uitgaande internetverbindingen.
  • Vijf balken: (Alle verbindingen): alle inkomende en uitgaande internetverbindingen.
  • Als u Alle verbindingen blokkeren wilt instellen voor een toepassing, laat u de cursor op de oranje balken rusten en klikt u op het rode blokkeersymbool dat verschijnt.
De netwerken waarnaar wordt verwezen met 'Vertrouwde adressen' zijn netwerken buiten uw huidige netwerk die als vertrouwd worden beschouwd door Firewall. Deze netwerken worden automatisch herkend, zodat de standaardbeperkingen van Firewall niet gelden wanneer uw huidige netwerkprofiel is ingesteld op Privé. Wanneer Firewall is ingesteld op het profiel Openbaar, wordt het hogere standaardbeveiligingsprofiel toegepast op alle netwerken, inclusief de 'Vertrouwde adressen'-netwerken.

Acties instellen voor niet-geautoriseerde verbindingen

U kunt niet alleen aangeven welk type verbindingen u toestaat voor toepassingen of processen, u kunt ook opgeven hoe Firewall zich gedraagt wanneer een niet-geautoriseerde verbinding wordt gedetecteerd. U stelt het gedrag van Firewall bij een niet-geautoriseerde verbinding als volgt in:

  1. Klik op een groep (of leverancier) in de kolom Toepassing om de lijst met toepassingen of processen in die groep te openen.
  2. Selecteer een toepassing of proces om de afzonderlijke communicatie-instellingen ervan weer te geven.
  3. Stel het gedrag van het programma in met behulp van de vervolgkeuzelijst. De volgende opties zijn beschikbaar:
    • Standaardregel: Verbindingen worden toegestaan of geblokkeerd op basis van de instellingen van het actieve netwerkprofiel van Firewall (Privé of Openbaar).
    • Automatisch beslissen: verbindingen met geverifieerde toepassingen worden toegestaan, maar verbindingen vanuit onbekende of verdachte toepassingen worden geblokkeerd.
    • Blokkeren: alle overige verbindingen worden geblokkeerd.
    • Vragen: telkens wanneer Firewall een nieuwe aanvraag ontvangt, moet u beslissen of de verbinding wordt toegestaan of geblokkeerd. Als u deze optie inschakelt, worden er mogelijk veel meldingen weergegeven. Dat kan hinderlijk zijn.
Aan de hand van Netwerkprofielen worden de regels beheerd aan de hand waarvan wordt bepaald hoe streng Firewall uw pc beschermt. Telkens wanneer u toegang verkrijgt tot een bekend netwerk, wordt dit onthouden en past Avast het juiste Firewall-profiel toe (dat u eerder hebt ingesteld). Telkens wanneer u verbinding maakt met een nieuw netwerk, wordt u gevraagd het juiste profiel te selecteren. De standaardprofielinstelling wanneer er geen profiel is geselecteerd, is Openbaar. De netwerkprofielen zijn:
  • Privé: een laag beveiligingsniveau voor wanneer uw pc is verbonden met een vertrouwd netwerk, zoals een thuis- of bedrijfsnetwerk. Dit profiel zorgt voor een betere verbinding en staat alle communicatie binnen het netwerk toe.
  • Openbaar: een hoger beveiligingsniveau voor wanneer uw pc is verbonden met een openbaar netwerk, zoals in een café of op een luchthaven. Omdat openbare netwerken grotere veiligheidsrisico's met zich meebrengen, is inkomende communicatie niet toegestaan wanneer dit profiel is ingesteld.

Geautoriseerde poorten opgeven

U kunt de regelbeperkingen verder verscherpen door de netwerkpoorten op te geven die elke toepassing voor communicatiedoeleinden gebruikt wanneer een inkomende of uitgaande verbinding is toegestaan. Geautoriseerde poorten opgeven:

  1. Klik op een groep (of leverancier) in de kolom Toepassing om de lijst met toepassingen of processen in die groep te openen.
  2. Selecteer een toepassing of proces om de afzonderlijke communicatie-instellingen ervan weer te geven.
  3. Geef de Uitgaande poorten en Inkomende poorten op waarmee de toepassing of het proces mag communiceren. U kunt de poorten op de volgende manieren opgeven:
    1. Typ de poortnummers in het tekstvak. Scheid meerdere poortnummers van elkaar met een komma.
    2. Selecteer Alle in de vervolgkeuzelijst om communicatie via alle poorten toe te staan.
    3. Selecteer een vooraf opgegeven poortnummer in de vervolgkeuzelijst.
  4. U kunt ook Pakketregels instellen via het scherm Toepassingsregels door de stappen 1 en 2 hierboven uit te voeren en vervolgens te klikken op Pakketregels. Naast Toepassingsregels die het verkeer beheren op basis van afzonderlijke regels voor specifieke programma's of services, kan ook Pakketregels worden ingesteld om netwerkverkeer te beheren op basis van specifieke verbindingsparameters. Met pakketregels kunt u Firewall-regels bekijken en beheren die bepalen of netwerkverkeer wordt toegestaan of geblokkeerd volgens de informatie in netwerkpakketten, bijvoorbeeld netwerkprotocollen, IP-bron- of IP-doeladressen of lokale en externe poorten.
Voor verschillende typen toepassingen en processen zijn verschillende poorten vereist. Voor internetbrowsers is bijvoorbeeld poort 443 de standaardpoort voor HTTPS (beveiligde HTTP) en wordt poort 80 het meest gebruikt voor HTTP (niet beveiligd). Geef daarom in Toepassingsregels de poortnummers 443,80 op. Neem contact op met de leverancier van de toepassing of raadpleeg de documentatie of de ondersteuningspagina's van de toepassing voor informatie over de juiste netwerkpoort.
  • Avast Premium Security 20.x
  • Avast Omni 1.x
  • Microsoft Windows 10 Home / Pro / Enterprise / Education – 32-/64-bits
  • Microsoft Windows 8.1 / Pro / Enterprise – 32-/64-bits
  • Microsoft Windows 8 / Pro / Enterprise – 32-/64-bits
  • Microsoft Windows 7 Home Basic / Home Premium / Professional / Enterprise / Ultimate – Service Pack 2, 32-/64-bits

Was dit artikel nuttig?

Ja Nee

Extra hulp nodig?

Contact opnemen